
Kaderwet dienstplicht
Artikel 26 Diensteindiging
De uit deze wet voortvloeiende verplichtingen zijn niet langer van toepassing
a
voor zover de dienstplichtige in werkelijke dienst
1
blijkt voorgoed ongeschikt te zijn;
2
van de dienst wordt uitgesloten;
3
door herhaald wangedrag blijkt ongevoelig te zijn voor bestraffing ingevolge de Wet militair tuchtrecht en deswege niet in de dienst kan worden gehandhaafd; of
4
blijkens een verdrag niet tot dienstplicht is verplicht;
b
zodra de dienstplichtige in werkelijke dienst
1
het Nederlanderschap verliest; of
2
een tegen hem gewezen rechterlijke uitspraak waarbij de bijkomende straf van ontzetting uit het recht om bij de gewapende macht te dienen is opgelegd zonder dat daarbij is bepaald dat deze straf geheel of gedeeltelijk niet ten uitvoer zal worden gelegd, in kracht van gewijsde is gegaan.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.